Woorden die werken

Er was eens een koning die doof was voor woorden. Nu vraag je je misschien af: 'Hoorde hij dan helemaal niets?' Maar dan ben je misschien ook een beetje doof. Ik zei toch dat die koning doof voor wóórden was. Een viool hoorde hij wel en blatende schapen en loeiende wind. Maar als de koningin zei: 'Ik houd van je', dan keek de koning niet begrijpend naar haar bewegende mond. Als een lakei langs de troon liep, dan zei hij altijd: 'Uw dienaar, sire.' Maar de koning wist dat niet. Elke dag verschenen de ministers voor de troon en beloofden, net als de dag ervoor, dat ze nieuwe wegen door het rijk zouden aanleggen. De koning keek hen met verbaasde ogen aan en hoorde alleen maar het geblaf van de hofhond in de hoftuin.     

De koning vond het niet leuk dat hij doof was voor woorden. Ook de koningin, de lakei en de ministers vonden dat een droevige zaak. Maar weet je wie het vooral heel treurig vonden? Dat waren de woorden. Alle woorden in het koninkrijk vonden het vreselijk dat de koning hen niet kon horen. De zalvende woorden en de saaie woorden waren wel gewend dat niemand naar hen luisterde. Maar de opwekkende woorden, de ware en de grappige woorden niet. Zij leden er diep onder dat zij niet werden gehoord door de koning.       

Op een nacht gingen alle boeken open. De woordenboeken, verhalenboeken, schoolboeken en alle andere boeken in het koninkrijk lieten hun woorden vrij. Iedereen sliep, net als jij, en daardoor zag niemand dat de straten vol stroomden met woorden. In grote drommen liepen die woorden naar de huizen van de mensen. Ze kropen onder de deur door of klommen door de brievenbussen en kwamen zo in de huizen. De woorden gingen naar de slaapkamers. Ze klommen tegen de poten van het bed op en gingen naar de oren van de mensen. Misschien heb je op een nacht wel eens iets voelen kriebelen in je oren. Dat moeten dan die woorden zijn geweest. Ze kropen in de oren van de mensen en gleden zo, roetsj, naar binnen. En waar ze terecht kwamen? Ze kwamen terecht in de harten van de mensen.    

De volgende dag werden de koning en koningin wakker. Elke ochtend zei de koningin: 'Goedemorgen, ik houd van je.' Maar ze had een vreemd gevoel in haar hart en in plaats van iets te zeggen, gaf ze de koning dikke zoenen. Wel drie: een op het rechteroor van de koning, een op zijn linkeroor en een op zijn neus. Pas toen zei ze: 'Ik houd van je.' Wat gebeurde er? De koning glimlachte en zei: 'Ik dacht dat je het nooit zou zeggen!' De lakei kwam. Ook hij had een vreemd gevoel in zijn hart. Hij deed wat hij nooit eerder had gedaan: hij glimlachte vriendelijk naar de koning. Daarna zei heel vrolijk: 'Uw dienaar, sire!' 'Dank je,' zei de koning, 'ik dacht dat je het nooit zou zeggen!' Toen kwamen de ministers en ze hadden kruiwagens en spaden bij zich. Ze vertelden dat ze iets vreemds hadden gevoeld in hun hart. Daarom waren ze 's morgens vroeg al begonnen met het aanleggen van nieuwe wegen door het rijk. 'Prachtig,' antwoordde de koning, 'ik dacht al dat jullie het nooit zouden zeggen.'

Wat een vreemd verhaal, niet? Ineens kon de koning weer horen. Of was dat niet zo vreemd? Vergeet nooit: alleen woorden uit het hart, worden echt gehoord.