Willem de Zwijger

De opstanding van Christus is een mysterie. Eigenlijk is alle leven een geheimenis. Niemand kan dat begrijpen. Wie het wel probeert te begrijpen, zal merken dat het niet lukt. Erger nog, het wonder van het leven verdwijnt. Dit inzicht komt tot uiting in het volgende verhaal.

 

Er leefde eens, lang geleden in het verre Frankrijk, een edelman. Hij werd Prins van Oranje genoemd, niet omdat hij in een oranje kasteel woonde of omdat hij van sinaasappelen hield, maar omdat zijn landgoed ‘Oranje’ heette. De edelman had drie zoons: Kop, Tuit en Willem. Wie zou hem opvolgen en de volgende Prins van Oranje worden? De drie zoons waren hem even lief. Een raadsheer wist een goede oplossing: ‘Geef uw zonen een opdracht en wie de opdracht het beste volbrengt, zal uw opvolger zijn.’ De Prins van Oranje kneep zich in de linkerkuit van plezier. Dat was een goed idee. ‘Raadsheer, welke opdracht zal ik hun geven?’ ‘Een moeilijke opdracht, meneer. Vraag uw zonen: Wat is het wonder van het leven? Wie het beste antwoord daarop geeft, is de winnaar.’ De Prins van Oranje kneep zich in de rechterkuit van plezier. Zo meteen zou hij weten wie hem moest opvolgen.

Kop was de oudste zoon en kreeg als eerste de vraag: Wat is het wonder van het leven? Na even te hebben nagedacht, ging Kop naar de keuken. Hij haalde er een scherp mes. Daarmee ging hij naar de hoftuin en plukte een roos. ‘Daar zit het geheim van het leven in,’ mompelde hij. ‘Als ik deze roos opensnij, zal ik ontdekken wat het geheim van het leven is.’ Maar nadat hij de roos had opengesneden, hield hij alleen nog een dode roos over, waaruit het geheim van het leven verdwenen was.’ ‘Meende je nu echt dat je door de roos open te snijden het geheim van het leven zou kunnen vinden?’ vroegen de mensen. Kop knikte. ‘Kop meent het nog ook,’ zeiden de mensen. ‘Wat is hij toch dom!’ Zij noemden Kop daarom voortaan Domkop. En je begrijpt, hij werd niet de opvolger van zijn vader.

Tuit was de tweede zoon. Ook hij kreeg de vraag: Wat is het wonder van het leven? Tuit, die graag zong, aarzelde geen ogenblik. ‘Ik zal een lied maken over het wonder van het leven. Want daarover kan je alleen maar zingen.’ Hij schraapte zijn stem: ‘Het wonder van het leven, daarover zal ik een lied geven.’ Maar de mensen hoorden niets. Die hadden allang de vingers in hun oren gestopt. Ze wisten hoe vals Tuit zong. Tuit wist dat niet van zichzelf. Hij kende zichzelf niet zo goed want hij was nogal ijdel. Vandaar dat de mensen hem IJdeltuit noemden. En je begrijpt, hij werd niet de opvolger van zijn vader.

Willem was de jongste zoon. ‘Willem, wat is het geheim van het leven?’ De mensen wachtten af. Maar Willem zweeg. De mensen keken verbaasd naar de zwijgende jongen. Hij zei niets. Hij bleef zwijgen. Terwijl de tijd verstreek, begonnen de mensen te luisteren. Ze begonnen allerlei dingen te horen die zij allang hadden vergeten: het lied van de vogels, de wind die suisde door de takken van de bomen, het geritsel van de muizen in het gras en het zoemen van de bijen rond de bloemen. In de stilte hoorden de mensen steeds duidelijker het geheim van het leven. Sommigen wilden er iets over zeggen, maar dat konden ze beter niet doen, want dan was het weg. Iedereen was het er over eens dat Willem de verstandigste zoon was. Hij had iets begrepen van het geheim van het leven: daarover kun je beter zwijgen dan spreken. Met eerbied gaven de mensen daarom Willem de erenaam Willem de Zwijger. Hij werd de opvolger van zijn vader.

Later kreeg Willem kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen. Een van hen, jaren later, heette ook Willem de Zwijger. Deze Prins van Oranje werd heel belangrijk voor ons land. Maar dat is weer een heel ander verhaal.