Weg te koop

'Maak een weg voor de Messias,' riepen Israëls profeten. Dat deed ook Johannes, de 'wegbereider' van Christus. Wat voor weg is dat? Van macht of kennis? Of van iets anders?

Dit verhaal kan worden verteld bij profetische verhalen over de messiaanse weg, bijvoorbeeld Jesaja 35,1-10; 40,1-11; 62,8-12, of bij de verhalen over Johannes als wegbereider van Christus: Matteüs 3,1-12; 11,2-11; Marcus 1,1-8; Lucas 3,1-6; 7,18-30; Johannes 1,19-34.

 

Iedereen die Jannus zag lopen, keek vreemd op. Dat kwam niet door zijn blauwe petje of zijn bloemetjesoverhemd. Ze keken vreemd op om wat Jannus op zijn schouder droeg. Het was lang en recht met hier en daar wat bochten. Een deftige man hield zijn rijtuig stil en vroeg aan Jannus: ‘Waar sjouw je mee rond?’ ‘Een weg. Ik heb een weg te koop,' antwoordde Jannnus. 'Wilt u hem hebben?’ 'Waarheen gaat deze weg? Leidt deze weg misschien ook naar macht?’ vroeg de deftige heer, die blozende konen begon te krijgen bij de gedachte aan macht. ‘U zegt het maar. Als u het wilt, leidt deze weg naar macht.’ De deftige heer had nu vuurrode konen. ‘Macht is me alles waard! Laten we ruilen: ik krijg die weg en jij mijn rijtuig.' Jannus legde de weg neer. De heer stapte erop en verdween in de verte.

Terwijl Jannus naast het rijtuig zat uit te rusten, kwamen er mensen over de weg naar hem toe gelopen. Ze zagen er ongelukkig uit. Iemand had een paar schrammen op zijn hoofd. Een ander klaagde dat hem alles was afgenomen. Toen Jannus vroeg wat er gebeurd was, vertelde ieder hem over een deftige heer. Deze had zoveel macht dat hij ieder die hij tegenkwam uitschold, bestal en sloeg. ‘Ik heb de macht,’ had die deftige heer gezegd, ‘dus ik doe wat ik wil.’ Jannus schudde zijn hoofd. Hij pakte de weg op, legde hem over zijn schouder en vertrok. Het rijtuig liet hij staan. Die mocht de deftige heer weer hebben.

Een eindje verderop kwam Jannus een dame tegen met een zilveren brilletje op. Ze zat te lezen op een boomstam. ‘Wat moet u met een weg op uw schouder?’ ‘Die is te koop, dame. Lijkt hij u wat?’ De vrouw bekeek de weg eens goed. ‘Leidt deze weg ook tot kennis, veel kennis, veel mooie, knappe en diepe gedachten?’ ‘Vanzelf, dame, en voor dat mooie zilveren brilletje van u mag u hem hebben,’ antwoordde Jannus. De dame gaf een vreugdekreetje van plezier. Ze gaf haar brilletje aan Jannus. Deze legde de weg neer en zij danste in de richting van de kennis.

Terwijl Jannus probeerde of het brilletje hem paste, kwamen er mensen over de weg naar hem toe gelopen. Ze zagen er boos uit. ‘Er is daar verderop een dame die meent alles te weten. Ze noemt iedereen een domoor en schept op dat zij de knapste is van heel de wereld.’ Jannus keek verdrietig boos en boos verdrietig. Hij pakte de weg op, legde hem weer over zijn schouder en ging weg. Het zilveren brilletje van de knappe dame liet hij achter.

Even verderop kwam een oude vrouw Jannus tegemoet. Ze keek bedroefd. Jannus vroeg haar de reden van haar verdriet. De vrouw vertelde dat haar zoon ernstig ziek was. De dokters hadden gezegd dat het onzeker was of het goed met hem zou komen. ‘Misschien is deze weg iets voor u?’ vroeg Jannus.  ‘Hoezo? kan deze weg mijn zoon beter maken?’ Jannus schudde het hoofd: ‘Nee, maar hij leidt naar hoop. Misschien dat u daar wat aan heeft.’ ‘Wat moet die weg kosten?’ vroeg de vrouw.’ Jannus antwoordde dat ze later nog weleens zouden praten over de prijs. Hij legde de weg neer en ging ernaast zitten. De bedroefde vrouw ging de weg op en verdween. Niet lang erna kwamen er allemaal mensen over de weg naar Jannus toegelopen. Ze lachten. Ze zongen. Hun ogen glansden. Jannus glimlachte. Hij stond op en verdween. De weg liet hij achter voor iedereen die hem maar kan vinden. Gratis.