Het engelenfeest

Wat lag daar op het strand? Tim en Tom liepen erheen. Het was een fles met een briefje erin. Tim haalde het briefje uit de fles en Tom las het voor: 'Uitnodiging. Op het eiland aan de overkant wordt vanavond een groot engelenfeest gehouden. We beginnen om zeven uur. Kom alsjeblieft op tijd, want wie te laat is, kan er niet meer in. O ja, er is ook taart. Hartelijke groeten van de engelen.'

Tim en Tom liepen opgewonden naar huis. Onderweg spraken ze over het engelenfeest. Zo’n engelenfeest was geen gewoon feest, maar een buitengewoon feest. Daar was iedereen welkom, klein en groot, arm en rijk. Je mocht er limonade drinken en taart eten, zoveel je maar wilde.

Tim en Tom gingen naar het haventje waar Tim zijn kleine witte motorbootje vulde met benzine en Tom zijn groene motorbootje. Nadat ze klaar waren, voeren ze snel de haven uit, want ze hadden zin in het engelenfeest, vooral in de taart!

'Tuftuftuf,' deed het witte bootje. 'Tuftuftuf,' deed het groene bootje. Dat deden ze wel een halve dag. Maar ineens deed het witte bootje alleen maar 'Tuf ...' Meer niet. En ook het groene bootje hield er mee op: 'Tuf ...' Ze waren pas halverwege. Tim zat met verschrikte ogen in zijn witte bootje. Wat moesten ze nu doen? Hij probeerde met zijn handen te peddelen, maar dat schoot niet op. 'We moeten een zeil maken van ons overhemd,' riep hij. Maar hij had geen mast om het zeil aan vast te maken ... 'We moeten bidden,' riep Tim, ‘dat jouw en mijn bootje vanzelf gaat varen.’ Maar er gebeurde niets. Tim riep naar een dolfijn: 'Hé, dolfijn, kun jij me naar het eiland aan de overkant slepen?' Maar de dolfijn schudde met zijn kop: 'Ik moet om zeven uur op het engelenfeest zijn en heb geen tijd, anders kom ik te laat.' Tim werd bang dat alles mis zou gaan.

Tom bleef heel rustig. Hij pakte uit het kastje van zijn bootje een blik. Het was een blik benzine. 'Die heb ik altijd bij me, voor het geval ik een verre tocht moet maken zoals vandaag,' zei Tom. Tim vroeg of hij ook wat benzine mocht. Tom dacht even na en schudde van nee. 'Als ik mijn benzine met jou deel, dan hebben we allebei niet genoeg om het eiland aan de overkant te bereiken. Dan zijn we allebei verloren. Als ik het eiland wel bereik, dan kan ik ervoor zorgen dat iemand je komt ophalen.' Tim was boos maar begreep wel dat het niet anders kon. Hij kreeg wel de trui van Tom voor als het koud zou worden.

Tom voer verder. Hij was net op tijd voor het engelenfeest. Het was een heerlijk feest waar alle sterren twinkelend om lachten en de maan stralend om glunderde. En Tim? Die dobberde heel lang in zijn eentje op zee. Gelukkig kwamen er al gauw twee sleepengelen om Tim te halen. Tom had gevraagd of ze zijn vriend wilden helpen en dat deden ze natuurlijk. Toen Tim eindelijk op het eiland aan de overkant aankwam, was de taart al op. Tim had het feest gemist. Evenals trouwens de twee sleepengelen die hem hadden moeten redden. Ze waren daarom wel een beetje boos. Voor straf lieten ze Tim alle vuile bekers en borden van het feest afwassen.

Tja, als je een feest met taart niet wilt missen, moet je er wel klaar voor zijn.