Mis poes

Koning leeuw brulde vaak. Maar nu brulde hij om hulp en dat gebeurt niet vaak. Hij was vast komen te zitten in het net van een jager. 'Help,' brulde hij, terwijl hij zijn best deed om het dikke touw van het net kapot te trekken. Maar hoe sterk hij ook was, het lukte hem niet. De poes, al jaren de belangrijkste dienares van de leeuw, kreeg hem ook niet los en miauwde klagelijk. Maar ineens herinnerde ze zich een verhaaltje over een muis. Ze was namelijk dol op muizen. Die muis had ooit een olifant uit een net gered. Hoe? Heel eenvoudig, door met zijn scherpe tandje het touw door te knagen. Dus de muis werd gehaald en die bevrijdde nu de leeuw. Het was zo gepiept. De muis was er zo trots op dat hij daarom nog altijd vaak 'piep' zegt. Dan herinnert hij zich weer hoe hij, de kleine muis, kon wat de leeuw niet had gekund.

Maanden later zat koning leeuw 's morgens te ontbijten. Terwijl hij smulde van zijn kommetje yoghurt dat de kokmeeuw voor hem had klaargemaakt, zat hij te peinzen. 'Kokmeeuw,' vroeg de koning, 'die muis die me ooit heeft gered, heb ik die weleens beloond?' De kokmeeuw schudde zijn kop. 'Nooit niet, nimmer en nergens.' De leeuw schudde zijn kop. 'Wat ondankbaar van me. Een koning moet zijn dienaren belonen.'

Koning leeuw liet meteen zijn dienares de poes roepen. 'Je moet me raad geven,' zei de leeuw. 'Ik heb hier iemand aan het hof die ik vorstelijk wil belonen. Hoe zou ik dat kunnen doen?' De poes dacht dat de koning háár wilde belonen. Zij was tenslotte al jaren de belangrijkste dienares van de koning en zelfs nog een beetje belangrijker. 'Koning, ik zou voor hem - of haar - een heerlijke maaltijd laten klaarmaken. Hij mag kiezen wat hij wil.' De poes dacht natuurlijk aan die muis, die zij nu eindelijk kon opeten. Zij had er al jaren zo'n trek in gehad. Nu kwam haar kans! Wat was het toch leuk om zo belangrijk te zijn en straks ook nog een overheerlijk muis op te eten.

Koning leeuw zei: 'Poes ...' De poes keek de leeuw met een grote glimlach vol verwachting aan. Het water liep haar al in de mond. 'Poes, luister naar me ...' De poes begon te snorren van geluk bij de gedachte aan het opeten van de muis. Poes, je gaat het volgende doen ...' De poes liep het water in de mond. 'Poes, haal de muis.' De poes dacht: 'Ja, de muis, die heerlijke muis!' Poes, haal de muis en laat de kokmeeuw een heerlijke maaltijd maken voor hem klaarmaken. En jij zelf moet hem bedienen aan tafel.' De glimlach op de snoet van de poes smolt weg. Moest zij, de belangrijkste dienares van de koning, die kleine, die piepkleine, onbelangrijke muis bedienen aan tafel?

Inderdaad, dat moest zij. De kokmeeuw maakte een heerlijk kaasdiner voor de muis. De poes moest hem bedienen. Soms wilde zij stiekem een likje nemen van de muis. Maar elke keer als zij dat wilde doen, pikte de kokmeeuw haar in zijn staart. Want de kokmeeuw vond het maar al te mooi dat de opschepperige poes nu eens niet op de eerste plaats kwam. En elke keer als hij in haar staart pikt, zei hij: ‘Mis poes!’