Verrassende verhoring*

Je zag het aan haar ogen: de schrik! Langzaam was het tot de moedervogel doorgedrongen hoever zij van het veilige land vandaan waren geraakt. De sterke wind had haar en haar jongen ver van de kust weggevoerd. Bang keek ze naar de jonge vogels. Wat waren ze dom geweest om zich zo door de wind te laten verrassen. De kustlijn was niet meer te zien, zelfs geen vaag streepje. Alleen maar water, golven, schuimkoppen. Uit alle macht probeerden de vogels terug te vliegen. Maar tegen de wind in vliegen is zwaar. De jonge vogels raakten steeds vermoeider. Hun vleugels wilden bijna niet meer. Hoe zij hun best ook deden, de kust kwam niet in zicht.

De moedervogel zag het wel hoe moeilijk haar jongen het hadden. Ze kon het niet meer aanzien. Ze ging naast hen vliegen en één voor één nam ze haar jongen op de rug. Moedig vloog zij met haar kinderen verder. Nee, ‘zwaar’ voelden haar kinderen niet. Voor een echte moeder zijn kinderen nooit zwaar. Maar haar vleugels voelden wel zwaar. Hoe taai ze ook was, de moedervogel verloor langzaam haar krachten. De enige manier om het zelf te overleven was alleen verder te gaan en de jonge vogels aan hun lot over te laten. Maar dat wilde zij niet. Dat nooit! Met de moed der wanhoop spande de moeder zich tot het uiterste in. Uit haar hart steeg een stil gebed op naar de hemel: 'Geef mij de kracht om mijn kinderen in veiligheid te brengen.'

Er kwam geen hulp. Ondanks haar gebed begonnen de krachten van de moedervogel het te begeven. Zij kon niet meer. Lager en lager vloog zij over het wateroppervlak. De golven kwamen angstwekkend dichtbij. Toen stortte de vogel met haar jongen in zee.

Maar in de hemel was er ontroering over de trouw van deze moeder aan haar jongen. En kijk …! Toen haar vleugels het water raakten, veranderden deze in vinnen. Tussen haar tenen ontstonden vliezen. Hetzelfde gebeurde bij haar jongen. Sinds die dag bestaan er pinguïns. Als je hen tegenkomt op een rots of een ijsschots zie je nog steeds dat er iets met hen is gebeurd. Nog altijd verwonderd staan zij vaak in de verte te staren. Het lopen met zwemvliezen vinden ze nog steeds een beetje lastig.


(Uit: Stephan de Jong, De droom van de generaal en andere verhalen bij thema’s uit de bijbel, Kok, Kampen, 2002, pp. 7-8)