De berg

‘Mijn haarborstel, ik ga niet op weg zonder een haarborstel,’ zei prinses Lotje. ‘O ja, en ook nog de pepermuntjes, ik ga niet op reis zonder pepermuntjes.’ Prinses Lotje verzamelde nog wat spulletjes en toen was ze klaar. De reis zou gaan naar Wegganistan. Waarom? Omdat Lotje er nog nooit geweest was.

Lotje werd uitgezwaaid door haar vader de koning en haar moeder de koningin. Haar vader haalde nog gauw een diamant uit zijn kroon en stopte die in Lotjes jaszak. ‘Een zakcentje voor onderweg.’ Zo ging Lotje op weg. Jammer alleen dat ze de weg niet wist. Maar gelukkig zijn er wegwijzer en anders zijn er wel mensen die je de weg willen wijzen.

Nadat Lotje een tijdje op weg was, stopte de weg. Waarom die stopte? Omdat er een berg stond. Lotje keek omhoog en schrok, want de berg was erg hoog. Ze schrok nog een keer. Er stond ineens een engel naast haar. Hij was zo oud dat hij geen kwaad meer kon doen, hij kon zelfs aan geen kwaad meer denken. Als je dat niet meer kunt, ben je werkelijk heel oud en ik hoop dat jij zo’n leeftijd zult bereiken.

Lotje vroeg de engel wat ze moest doen met die berg die in de weg stond. De engel antwoordde kort: ‘Doe ‘m weg, dan ben je er van af.’ Lotje keek hem verbaasd aan: ‘Ik heet dan wel Lotje, maar u denkt toch niet dat ik van lotje getikt ben?’ ‘Dat denk ik helemaal niet,’ antwoordde de engel, ‘maar als je verder wilt, dan denk ik wel dat je die berg moet wegdoen. 

Lotje vroeg om een schep en begon te graven. ‘s Avonds was de berg nog even hoog als ’s morgens. En Lotje haren zaten helemaal in de war zaten. Gelukkig maar dat ze haar haarborstel bij zich had. Maar die hielp niet tegen haar blaren op de handen. Toen begon Lotje tegen de berg te duwen. Maar de berg bewoog geen centimeter. Ze kreeg het warm en kreeg dorst. Daarvoor had ze haar pepermuntjes. Maar die pepermuntjes hielpen niet tegen de pijn in haar rug. ‘Wat moet ik doen?’ vroeg ze snikkend aan de engel. ‘Morgen is er weer een dag,’ zei hij, ‘dan gaan we de berg wegdoen.’

Lotje werd vroeg wakker. De engel stond al buiten. ‘Hoe gaan we de berg wegdoen?’ vroeg Lotje nieuwsgierig. ‘Kom maar mee,’ zei de engel. Samen liepen ze de berg op. Het was een hoge berg, dus het was ver lopen. Lotjes haar raakte in de war en ze kreeg dorst. Gelukkig maar dat ze haar haarborstel bij zich had en pepermuntjes. Eindelijk kwamen boven op de berg aan. ‘Zo,’ zei de engel, ‘dat was het.’ Lotje keek hem vragend aan. ‘We zouden toch de berg wegdoen?’ De engel keek om zich heen. Lotje ook. En ineens ontdekte ze dat de berg weg was. Waar ze ook keek om zich heen, er was geen berg te zien. Alleen een ver land. Dat moest Wegganistan zijn.

Lotje bedankt de engel en ging verder. Vrolijk en ietsje wijzer. Ze wist nu dat je niet tegen bergen op moet kijken, maar dat je er gewoon op moet klimmen. Dan gaan ze vanzelf weg. Al moet je dat natuurlijk nooit doen zonder haarborstel of pepermuntjes. Liefst ook niet zonder een engel. En wat ze met de diamant van haar vader heeft gedaan? Ach, die heb je niet echt nodig als je niet tegen bergen opkijkt.