De wonderwijn*

Het was gelukkig goed afgelopen. De leider van het bruiloftsfeest bloosde nog als hij eraan terugdacht. Wat was hij geschrokken toen hij had gehoord dat de wijn op was! Wat had er van het feest moeten terechtkomen zonder wijn voor de gasten? Gelukkig dat die Jezus toevallig te gast was geweest. Hij had van water wijn weten te maken. Vraag niet hoe, maar Hij had het wonder boven wonder voor elkaar gekregen. Heerlijke wijn was het zelfs geweest, beter dan de vorige. Dankzij de wonderwijn was het bruilofstfeest gered.

Na het feest was er nog heel wat wijn over. De bruidegom had de wijn in kruiken gedaan en verkocht. De mensen hadden goed willen betalen voor deze wonderwijn. Van de opbrengst had het jonge paar een mooi huisje kunnen kopen. Waar de kruiken met de bijzondere wijn zijn gebleven? Van de meeste kruiken is iedereen vergeten waar ze zijn terecht gekomen. Van een paar kruiken is het wel bekend.

Eén kruik met de bijzondere wijn viel van de kar van een wijnhandelaar. De kruik werd gevonden door een man die ruzie had gehad met zijn buurman. Op dat moment was hij juist naar hem op weg om de ruzie bij te leggen. Hij wilde graag weer vrede sluiten met zijn buurman maar wist eigenlijk niet goed hoe hij dat moest aanpakken. Toen hij de kruik vond, wist hij het meteen. Hij besloot de kruik aan zijn buurman te schenken. Deze stelde dit geschenk erg op prijs. Hij stelde voor samen een glas te drinken. Dat deden ze. De wijn had zo’n bijzondere uitwerking dat hun oude vijandschap wegvloeide en zij als vrienden uit elkaar gingen. Nooit meer ging hun vriendschap stuk.

De tweede kruik werd gekocht door een verbitterde vrouw. Zij wist niet dat er wonderwijn in de kruik zat. Dat was maar goed ook, want zij geloofde niet in wonderen. De vrouw had altijd geprobeerd het goede te doen voor haar familie, haar man en haar vriendinnen. Maar het enige dat ze had ontvangen was stank voor dank. Het leven had haar grote teleurstellingen gebracht. Maar toen zij een glas van de wijn proefde, was het of haar bitterheid verdween en al haar goedheid terugkwam. Het was alsof de zon die scheen in de fonkeling van de wijn ook in haar begon te schijnen en haar het geluk teruggaf. Zo raakte de vrouw haar bitterheid kwijt en herwon zij haar goedheid en vriendelijkheid.

De derde kruik werd gekocht door een voornaam heer, een grootgrondbezitter. Hij wist dat er wonderwijn in zat en had veel geld voor de bijzondere kruik over gehad. Op een dag wilde hij vieren dat hij zijn grondgebied had uitgebreid. Hij had zich het land weten toe te eigenen van een paar boeren die uit armoede hun boerderijen hadden moeten verkopen. Zij hadden hem nog om genade gesmeekt. Maar de grootgrondbezitter had hen spottend uitgelachen: ‘Niks aan te doen, het leven is nu eenmaal hard.’

De dag van het feest was aangebroken. Al zijn vrienden waren gekomen. Aan tafel vertelde de landheer uitgebreid over de aankoop van het land en over de arme, domme boeren die hij had verjaagd. Het moment was gekomen om dit te vieren en de wijn in te schenken. De landheer schepte tegenover zijn vrienden op over de bijzondere wonderwijn die hij hen zou voorzetten. De heer schonk zelf de wijn in de glazen. De vrienden keken hem vol verbazing aan. Toen zag de heer het ook en verbleekte: er zat geen wijn in de kruik, alleen maar water! Het werd stil, ijzingwekkend stil. De vrienden voelden zich voor de gek gehouden en gingen beledigd één voor één de feestzaal uit. De landheer bleef alleen over, lijkbleek van ontzetting. De kleur op zijn gezicht is nooit meer teruggekomen. 


(Uit: Stephan de Jong, De droom van de generaal en andere verhalen bij thema’s uit de bijbel, Kok, Kampen, 2002, pp. 53-55)