Valentijn

Valentijnsdag is het feest van de betoverende liefde. De christelijke achtergrond van dit feest is daar niet vreemd aan. De Bijbel staat vol met verhalen over betoverende liefde. Met name in de Bergrede spreekt Jezus over de dwaze liefde die tot ongedachte dingen in staat is. Als lezingen valt te denken aan fragmenten uit Matteüs 5,21-48 en Lucas 6,27-38.

 

13 Valentijn copy

Koning Valentijn was een rare koning. Tenminste, dat vonden zijn dienaren. Dat vond ook de koningin. Eigenlijk vond iedereen dat. Behalve de muizen, die dachten er anders over. Maar zij hadden dan ook hun leven te danken aan koning Valentijn. In een heel koude winter, toen de muizen nergens voedsel konden vinden, waren ze de paleiskeuken binnengetrippeld om daar eten te zoeken. De dienaren van de koning wilden muizenvallen zetten. Maar koning Valentijn was boos geworden: ‘Zijn jullie nu helemaal besniffeld! Muizen eten maar een muizenbeetje en als wij een beetje minder eten, hebben we allemaal genoeg. Daarbij komt, mijn vrouw kan wel een pondje afvallen en dat is ook mooi meegenomen.’   

De koningin was heel boos geworden; vanwege dat pondje en om de muizen. Die mochten zelfs glijbaantje spelen op de marmeren leuningen van de paleistrap. Van woede werd het hoofd van de koningin heel rood. En het bleef rood. De witmaakpoedertjes van de hofarts hielpen niets. Het land had nu niet alleen een dikke, maar ook een rode koningin.          

Eens klopte er een hongerige zwerver aan bij het paleis. De koningin wilde de hofhond op hem afsturen. Maar koning Valentijn, die niet alleen tegen dierenmishandeling maar ook tegen mensenmishandeling was, had dat verboden. Hij wilde de zwerver aan tafel uitnodigen. Het rode hoofd van de boze koningin was om dat plan nog roder geworden dan het al was. Valentijn begreep dat hij de zwerver maar beter niet aan tafel kon uitnodigen. Hij bedacht iets beters. Hij gaf hem, zonder dat de koningin het wist, een van haar ringen. ‘Deze ring is minstens tien goudstukken waard, dus verkoop hem niet voor minder,’ had Valentijn bij het weggaan nog tegen de zwerver gezegd.          

De zwerver was net vertrokken, toen de koningin ontdekte dat een van haar ringen was verdwenen. Valentijn vertelde eerlijk wat hij had gedaan. ‘Wat?’ schreeuwde de koningin, ‘die ring was wel honderd goudstukken waard!’ Nooit was een staatshoofd zo rood geweest.

Valentijn was erg geschrokken. Hij rende de zwerver achterna. Na hem ingehaald te hebben, zei hij hijgend: ‘Ik heb je een ring geven en dacht dat die maar tien goudstukken waard was. Maar mijn vrouw zegt dat hij honderd goudstukken waard is ...’ De zwerver wilde de ring teruggeven aan Valentijn, maar deze zei: ‘Nee, ik hoef die ring niet terug, ik wilde je alleen even komen zeggen dat je hem niet voor minder dan honderd goudstukken moet verkopen!’ De zwerver lachte en gooide hij zijn vodden van zich af. Hij bleek een wit, glanzend kleed te dragen en vleugels. De zwerver was een engel. ‘Ik ben je dankbaar voor je liefdevolle zorg voor dier en mens. Daarom zal ik je belonen. Ik zal je vertellen hoe de koningin haar boosheid en haar rode hoofd kan kwijt raken.’ ‘Nou,’ zei Valentijn, ‘dat zou mooi zijn. Zo’n boze en rode koningin is ook niet alles.’ De engel glimlachte: ‘Geef haar elke dag een bos bloemen of doe elke dag iets aardigs voor haar, dat is voldoende.’           

Nadat Valentijn was thuisgekomen, gaf hij zijn vrouw iedere dag rozen of deed hij iets aardigs. De koningin had binnen een week al weer een gewone kleur. Soms had ze nog wel eens rode koontjes. Maar dat kwam doordat ze weer verliefd werd op Valentijn.

De mensen in het land zagen hoe goed het is iets aardigs voor elkaar te doen. Sindsdien geven ze elkaar regelmatig bloemen, vooral op de verjaardag van Valentijn, 14 februari, ‘Valentijnsdag’.