De heilige grafsteen*

Paasmorgen … het graf van Jezus was leeg. De steen die ervoor lag, bleek te zijn weggerold. We weten zo ongeveer wat er daarna allemaal is gebeurd. Maar die steen, wat is er van die steen geworden?

De steen die voor het graf had gelegen, bleef daar nog eeuwen liggen. Hij maakte zomers en winters mee, goede tijden en mindere tijden, warmte en kou. De wind en de regen schuurden de steen langzamerhand glad en maakten de hoekige kanten ronder en ronder.

Eens zocht een bakker een nieuwe molensteen. Hij vond de oude steen en merkte op dat deze mooi rond van vorm was. Zonder al te veel moeite kon hij er een molensteen van maken. Op een kar getrokken door twee ezels werd de zware steen naar de bakkerij gereden. Sinds die dag gebruikte de bakker de steen voor het malen van graan tot meel.

Jarenlang was de steen in gebruik. Elke dag maalde hij het graan en zorgde voor het brood voor de mensen. Maar toen bleef de regen uit. Er brak een lange droge tijd aan. Het graan groeide niet meer, de oogsten mislukten. Het graan dat er nog was uit vorige jaren raakte op. Op een dag maalde de bakker het enige graan dat nog over was. Hij wist dat hij hiervan de laatste broden zou bakken. Daarna moesten hij en de anderen honger lijden. Het speet hem vooral voor de hongerige kinderen, die al maanden te weinig voedsel hadden gehad.

Maar vreemd, er was iets aan de hand … Er bleef meel onder de molensteen vandaan komen. Het graan moest allang op zijn, maar het meel bleef toch stromen. De bakker begreep het niet. Niemand begreep het. Maar het belangrijkste was dat er daardoor genoeg brood was voor iedereen. Dag in dag uit, zolang de droogte duurde, kwam er meel onder de molensteen vandaan. Zo overleefde iedereen de tijd van gebrek.

Nadat de droogte voorbij was gegaan, werd alles weer gewoon. Het meel kwam niet meer vanzelf. Maar toen er jaren later weer droogte heerste, herhaalde zich het wonder van de molensteen. En elke keer weer dat er honger dreigde, bleef het meel onder de molensteen vandaan stromen. Niemand kwam om van honger.

Geleerden die de steen onderzochten, konden alleen maar vaststellen: 'Deze steen kent het geheim van het leven.’


(Uit: Stephan de Jong, De droom van de generaal en andere verhalen bij thema’s uit de bijbel, Kok, Kampen, 2002, pp. 70-71)