Kerstkransjes

Het rijke dorp was weer iets rijker geworden: een prachtige kerstboom. Het was niet alleen de mooiste kerstboom van het land, maar belangrijker nog, de hoogste kerstboom. Dat zagen de mensen in het rijke dorp graag. Kosten noch moeiten waren gespaard voor de kerstboom en het dorp. O ja, en voor het Kind van Kerst natuurlijk. Ze zouden het bijna vergeten.

In de kerstboom hingen honderden kerstballen te glanzen dat het een lust was. 'Nu gaan we liederen zingen, voor ons dorp en voor de kerstboom,' spraken ze af. De hemel zal dat heel mooi vinden, want niet alleen onze kerstboom is de mooiste van het hele land, en niet alleen onze kerstballen zijn het mooiste van het hele land, maar ook onze liederen. En het kan niet anders dan dat we op kerstochtend hele mooie en vooral grote cadeautjes onder de kerstboom zullen vinden. Daar doen we het voor. 'O ja, en voor het Kind van Kerst, we zouden het bijna vergeten.'

De mensen uit het rijk dorp waren heel erg tevreden over hun kerstboom en zichzelf. Ze openden hun monden voor het eerste kerstlied. Maar wie niet tevreden was, was de kerstboom. En ook zijn vriend de wind niet. Vandaar dat de kerstboom een heleboel naalden van zijn takken losliet. Zijn vriend de wind woei ze in de monden van de mensen. Ze zongen alleen maar van 'Au' en 'Potverdikke'. Ze wisten niet hoe gauw ze zich uit de voeten moesten maken.

Die nacht bleef de wind waaien. De kerstboom liet al zijn versieringen los en de wind blies ze weg. Waarheen? Naar een dorpje dat niet zo ver van het rijke dorp lag. Het was een arm dorp. Daar kwamen de kerstballen terecht. De mensen hadden nog nooit zoiets moois gezien.

In het rijke dorp merkten de mensen al gauw dat de kerstboom leeg was. Ze schopten tegen de kerstboom en zeiden dat 'ie een boom van niks was. Ze trokken hem om en gooiden hem op de vuilnishoop. Hopelijk zou het volgend jaar beter gaan met hun boom. Ze zouden een nog grotere en mooiere kopen. Voor het dorp. O ja, en voor het Kind van Kerst; ze zouden het bijna vergeten.

De oude boom lag op de vuilnishoop. Maar zijn vriend de wind tilde hem op en bracht hem naar het andere dorp. De mensen hadden nog nooit zo'n mooie, grote boom gezien. Ze zetten hem overeind en hingen er alle kerstballen in die ze ook van de wind hadden gekregen. Daar stonden ze met z'n allen rond de boom. Zingen deden ze niet. Ze kenden eigenlijk geen kerstliedjes. Maar ze genoten van het wonder van het licht dat glansde in de kerstversiering.

Ze hadden er niet eens aan gedacht dat er weleens pakjes onder de boom zouden kunnen liggen. Maar op een ochtend, vlak voor Kerst, lag er toch een pakje. Wat erin zat? Kransjes van chocola. Wat ze ermee deden? Delen natuurlijk. Want dat hadden ze ooit geleerd van het Kind van Kerst. Ze noemden die kransjes 'Kerstkransjes'. We eten ze nog steeds, die Kerstkransjes, met Kerst natuurlijk. Dan denken we terug aan die mensen uit dat arme dorp die hadden leren delen. O ja, en aan het Kind van Kerst natuurlijk. Maar dat zullen we nooit vergeten.