Hoe de aarde Pasen viert

Pasen valt in het voorjaar, de tijd waarin de bloemen weer opkomen en bladeren en bloesems aan de bomen verschijnen. De natuur onderstreept als het ware de paasboodschap van de overwinning van het leven op de dood. Dit motief ligt verwerkt in het volgende verhaal.

 

Het was weer Pasen. De mensen vierden dat Jezus was opgestaan uit het graf. Niet dat ze dat begrepen. Maar heel diep van binnen voelden ze dat het leven sterker is dan de dood. Daarom waren ze blij.

Ook de aarde wilde Pasen vieren. Ze genoot van de zonnestralen die haar verwarmden en licht gaven. Ze genoot van het water dat over haar heen stroomde en haar schoon spoelde. De aarde genoot van de wind die over haar heen streek alsof hij haar aaide. De aarde voelde ook, diep van binnen, dat het leven sterker is dan de dood. Daarom was de aarde blij en wilde een sprongetje van vreugde maken. Maar dat was haar ten strengste verboden. Waarom mocht dat niet? Omdat dat voelt als een aardbeving. Daar zijn de mensen bang van. Vandaar dat het de aarde verboden was een sprongetje van vreugde te maken.

Maar hoe moest de aarde dan Pasen vieren? Ze keek het water aan en vroeg: ‘Water, wat doe jij als je blij bent? Hoe laat jij dat aan iedereen merken?’ Het water antwoordde: ‘Dat weet je toch? Wiegen! Als de schepen heen en weer wiegen dan weet iedereen dat ik in een goede bui ben.’ De aarde probeerde te wiegen, heel voorzichtig. Maar al gauw begonnen de mensen te roepen: ‘Houd op met dat gewieg, we worden er zeeziek van!’

De aarde keek de wind aan: ‘Wind, hoe laat jij zien dat je blij bent?’ De wind antwoordde: ‘Zingen! Als ik blij ben, dan ga ik zingen. Ik zing het hoogste lied rond de huizen, de masten van de zeilboten en rond de torens van de kerken.’ De aarde probeerde te zingen. Uit alle putten, spleten en kloven klonk een diep gegrom. Maar al gauw begonnen de mensen te roepen: ‘Houd op met dat gegrom. We kunnen er niet van slapen!’

De aarde keek het vuur aan: ‘Vuur, hoe laat jij zien dat je blij bent?’ Het vuur antwoordde: ‘Dansen! Als ik blij ben, dan laat ik mijn vlammetjes dansen. Mijn vlammetjes geven de mooiste balletuitvoering die je maar bedenken kunt.’ De aarde probeerde te dansen. Maar al gauw begonnen de mensen te roepen: ‘Houd op met dat dansen. We worden er duizelig van!’        

De arme aarde wilde Pasen vieren maar mocht niet wiegen als het water, niet zingen als de wind en niet dansen als het vuur. Hoe kon zij toch laten zien dat ze blij was? Ze wist het niet. De aarde werd verdrietig. Ze begon te snikken. Maar al gauw begonnen de mensen te roepen: ‘Houd op met dat gesnik. We worden er helemaal beroerd van!’

De aarde zweeg. Stilletjes draaide ze haar rondjes rond de zon. De zon knipoogde om haar een beetje op te vrolijken. De sterren twinkelden om haar wat op te fleuren. Maar ’t hielp niet veel. De hemel zag het ook. Hij had te doen met die arme aarde. Daarom bedacht hij een plan. De hemel begon zaadjes naar beneden te gooien: bomenzaad, struikenzaad, zangzaad, maar vooral bloemzaad, allerlei soorten bloemzaad. De hemel vroeg de wind om de zaadjes over de aarde te verspreiden. Hij gaf het water opdracht om de zaadjes te drinken te geven. De zon werd gevraagd om de zaadjes te verwarmen. Toen gebeurde het: de aarde begon te bloeien. De aarde merkte het en werd er blij en vrolijk van. Daardoor gingen de bloemen nog meer bloeien en de bomen nog meer bloesemen. Elk jaar, na de winter, in de tijd van Pasen, begint de aarde weer te bloeien. Zo laat de aarde merken dat zij blij is en viert de aarde het Paasfeest.