Het aardige doosje

Er was eens een meisje dat graag juffrouw op school wilde worden. Ze had een mooie voornaam: Caroline. Maar haar achternaam was een beetje minder mooi: Knoet. Maar het geeft natuurlijk niet, wat voor achternaam je hebt. Als je maar aardig bent. Toen Caroline klaar was met het leren voor juf op een school, kreeg ze van haar vader en moeder een aardigheidje: een mooi blauw doosje met een gouden lint eromheen. ‘Het is een doosje met aardigheid,’ zeiden ze erbij. Caroline stopte het doosje ergens diep in een kast. Ze wilde helemaal geen doosje met aardigheid. Ze had zich voorgenomen dat ze geen lieve juf zou worden met grapjes enzo, nee, ze zou een heel strenge juf worden.

Caroline werd juf op een aardige school, met aardige kinderen, aardige juffen en meesters en ook nog een aardige cavia in een kooitje. Maar Caroline was niet aardig. Op de eerste ochtend dat ze naar school ging, begon ze meteen met alle kinderen in haar klas strafwerk te geven. 'Maar juffrouw Caroline, we hebben helemaal niks gedaan,' zeiden de kinderen. 'Juist,' antwoordde zij, 'dat jullie niks gedaan hebben, is al erg genoeg. En ik heet niet juffrouw Caroline, maar juffrouw Knoet.' Je begrijpt dat het heel stil in de klas werd en heel ongezellig.

Tegen de andere meesters en juffen was nieuwe juf ook onaardig. Ze zei: 'Knoet, jullie noemen mij juffrouw Knoet. En de koffie is lauw en de koekjes erg klein.' Je begrijpt wel dat het in de koffiekamer ook heel stil werd en heel ongezellig.

De volgende weken werd het nog stiller en nog ongezelliger. De kinderen waren gewend om aan hun juf of meester te vertellen wat voor leuke dingen ze hadden meegemaakt. Maar aan juffrouw Knoet vertelden ze niks. De juffen en de meesters op school praatten niet met haar. En de cavia beet in haar vinger.  De school was er niet gelukkiger op geworden.

Diep in haar hart was juffrouw Knoet ook niet gelukkig. Soms huilde ze voor het slapen gaan en voelde zich eenzaam. Na vier weken was juffrouw Knoet jarig. Het was de gewoonte dat de kinderen cadeautjes gaven aan een juf of meester die jarig was. Dan was er feest in de klas, met slingers en limonade. Maar op de ochtend dat juffrouw Knoet jarig was, waren er geen slingers, geen limonade, geen 'lang zal ze leven' en geen cadeautjes. Op die ochtend moest juffrouw Knoet zo hard huilen dat ze wegdreef op haar eigen tranen.

Ze dreef naar haar huis, naar haar kast om precies te zijn. In de kast lag nog steeds dat aardige blauwe doosje met het gouden lint. Juffrouw Knoet maakte het open... Er vloog iets geels uit, iets oranjes, iets groens en roods. De kamer vulde zich met vrolijke kleuren. Juffrouw Knoet voelde zich ineens geen juffrouw Knoet meer, maar juffrouw Caroline. Ze nam al die kleuren uit haar kamer mee en ging terug naar school. Ze nam ook slingers mee en limonade voor de kinderen en grote koeken voor de andere juffen en meesters. Juffrouw Caroline heeft die dag voor het eerst geen strafwerk gegeven en zelfs geen huiswerk, maar een mooi, spannend verhaal verteld. Het was alsof de school kleuriger werd, minder stil en veel gezelliger. Voortaan kreeg juffrouw Caroline op haar verjaardag ook cadeautjes. Iedereen, ook de cavia, deed gewoon aardig tegen haar.

Tja, dat gebeurt er als je het aardige doosje dat je ooit hebt gekregen niet wegbergt, maar openmaakt.