Waarom?*

De reiger is een bijzondere vogel. Hij denkt veel na. Dat was lang geleden al zo. Toen al liet hij zijn gedachten gaan over allerlei moeilijke vragen: Waarom groeien bomen omhoog en niet omlaag? Waarom is de lucht blauw in plaats van groen? Waarom lopen mensen op twee benen en niet op vier? De reiger was verstandig en dacht goed na. Op de meeste vragen kon de reiger wel een antwoord bedenken. Maar er was één vraag waar hij niet uitkwam: waarom is er zoveel verdriet door aardbevingen, ziektes of de dood?

De reiger kon op deze vraag maar geen antwoord vinden. Hij kon er zelfs niet van slapen. Steeds woelde de vraag door zijn hoofd. Daarom besloot hij naar de uil te gaan. De uil was de wijste onder de vogels, nog verstandiger dan de reiger. Hij zou toch wel een antwoord weten op de vraag die de reiger zo bezig hield? Maar de uil wist het niet. Hij sprak: 'Niemand weet waar het verdriet vandaan komt. Alleen wie vleugels heeft die sterk genoeg zijn om naar de hemel te vliegen, zou erachter kunnen komen. Want in de hemel ligt het antwoord verborgen.'

De reiger besloot daarop naar de meeuwen te gaan. Zij speelden met de wind en de storm. Misschien waren hun vleugels sterk genoeg om naar de hemel te vliegen. Wie weet konden zij het antwoord gaan halen. Maar toen de meeuwen de reiger aanhoorden, schudden zij hun kop. 'Wij zijn sterk, maar niet sterk genoeg om naar de hemel te kunnen vliegen. Probeer het bij de adelaar, hij is de sterkste onder ons, hij kan misschien zo hoog als de hemel vliegen', raadden zij de reiger aan.

De reiger ging op weg. Na een lange tocht bereikte de reiger de adelaar hoog in de bergen. Was hij in staat naar de hemel vliegen? De adelaar was sterk en kon veel. Hoopvol stelde de reiger hem zijn vraag. Maar ook de adelaar schudde zijn kop: 'Geen vogel kan zo hoog als de hemel vliegen. Dat gaat zelfs mijn kracht te boven.'

Toen keerde de reiger terug naar zijn nest. Hij begreep dat niemand het antwoord op zijn vraag kon geven. Het lag verborgen in de hemel waar niemand komen kan. Wanneer de reiger langs de kant van het water staat, op jacht naar vis en kikkers, zie je hem vaak ineengedoken en peinzend staan. Hij denkt nog steeds na over zijn vraag: waarom is er zoveel verdriet? Er is niemand die het de reiger vertellen kan.


(Uit: Stephan de Jong, De droom van de generaal en andere verhalen bij thema’s uit de bijbel, Kok, Kampen, 2002, pp. 68-69)