Freek Nietsje

‘Het wordt toch niets.’ Dat zei Freek elke dag, altijd en steeds weer. Vandaar dat de mensen in het dorp hem Freek Nietsje noemden. Dat vond hij wel een mooie naam. Die paste goed bij hem. Want elke dag, altijd en steeds weer zei hij: ‘Het wordt toch niets.’

Op een kwade dag kreeg Freek de hik. Niet zomaar een beetje. Hij hikte elke dag, altijd en steeds weer. Hij ging naar de drogist voor een pilletje tegen de hik. Maar hij dacht: ‘Het wordt toch niets.’ Vandaar dat hij het pilletje niet innam, maar achter in de kast legde.

En zo bleef hij maar hikken, elke dag, altijd en steeds weer. Maar op nog een kwade dag kreeg hij naast de hik ook nog de hoest. Dat is niet prettig als je moet hikken en hoesten tegelijk. Hij ging naar de dokter voor pilletjes tegen de hik en de hoest. Maar hij dacht: ‘Het wordt toch niets.’ Vandaar dat hij de pilletjes niet innam, maar achter in de kast legde.

En zo bleef hij maar hikken en hoesten, elke dag, altijd en steeds weer. Maar op weer een kwade dag kreeg hij naast de hik en de hoest ook nog koorts. Hij lag te klappertanden van de koorts. Dat is niet prettig als je moet hikken en hoesten en klappertanden tegelijk. Hij ging naar het ziekenhuis voor pilletjes tegen de hik en de hoest. Maar hij dacht: ‘Het wordt toch niets.’ Vandaar dat hij de pilletjes niet innam, maar achter in de kast legde.

En zo bleef hij maar hikken en hoesten en klappertanden. Hij at niet meer, hij sliep niet meer, hij deed niets meer. ‘Zie je wel,’ zei Freek, ‘het wordt toch niets’. Maar in de hemel hadden ze medelijden gekregen met Freek. En daarom stuurden ze iets naar hem toe. En weet je wat dat ‘iets’ was? Het was iets dat heel goed hielp tegen dat idee van ‘Het wordt toch niets’. Dat iets past niet in de brievenbus, maar wel ergens binnen in jou. Dat iets heeft ook een naam: vertrouwen. Toen Freek dat ietsje vertrouwen kreeg, zei hij ‘misschien wordt het toch iets.’ Hij ging naar de kast, haalde zijn pilletjes tevoorschijn en nam ze in. Toen ging hij eens lekker slapen. De volgende dag waren het hikken, hoesten en klappertanden voorbij.

Mooi toch? Wat een ietsje vertrouwen niet kan doen! O ja, de mensen noemen hem nu niet meer Freek Nietsje maar Freek Ietsje. Want ze weten nu allemaal dat een ietsje vertrouwen wonderen kan doen.