De peetvader

Het thema gerechtigheid komt aan de orde in de Lofzang van Maria (Lucas 1,45-55). Maria zingt over heersers die van de troon worden geworpen en hongerigen aan wie recht wordt gedaan. Dit verhaal is geïnspireerd op de Lofzang van Maria. Het kan ook worden gebruikt bij profetieën over het Koninkrijk van gerechtigheid, bijvoorbeeld Jesaja 2,2-5 en 62,8-12.

 

De zon stond glimlachend aan de hemel. Maria lette er niet op. Ze zuchtte. Ze zou een kind krijgen, een jongetje, had een engel gezegd. Daar was ze wel blij mee, maar als ze eraan dacht hoe zij en Jozef het kind zouden moeten opvoeden, kleden, te eten geven ... Jozef was dan wel een goede timmerman, maar hij was jong en verdiende te weinig.

De rijke landheer reed langs. Hij hield zijn paard in en vroeg Maria waarom haar blik zo donker was. ‘Hoe moet ik mijn kind straks voeden en kleden?’ antwoordde Maria. De landheer glimlachte: ‘Waarom kies je mij niet als peetvader voor het kind?’ ‘Peetvader?’ vroeg Maria verbaasd, ‘wat is dat?’ ‘Een peetvader helpt je met het opvoeden van je kind en zorgt dat er geld is als dat nodig is.’ Maria keek de landheer in de ogen: ‘Het is vriendelijk dat u de peetvader van mijn kind wilt worden. Maar u wordt het niet. Want u behandelt uw knechten slecht en u bent alleen beleefd tegen de heren die nog machtiger zijn dan u. U zult de peetvader van mijn kind niet worden!’ De peetvader werd boos en wilde die brutale Maria met zijn zweep ervan langs geven. Maar op dat moment boog de dennenboom langs de kant van de weg zich over Maria, tilde haar op en verborg haar tussen zijn takken.

‘Ik heb alles gehoord,’ vertelde de dennenboom. ‘Wees maar niet bang, bij mij ben je veilig.’ Maria zat heerlijk in een stoel van takken. De dennenboom praatte verder: ‘Ik zou een goede peetvader voor je kind zijn. Kies mij als peetvader!’ Maria keek de dennenboom aan: ‘Het is vriendelijk dat u de peetvader van mijn kind wilt worden. Maar u wordt het niet. Want u laat het toe dat de haardvuren in de deftige kastelen branden dankzij uw takken, maar uw hout is te duur voor de kachels van de armen in hun koude hutten. U zult de peetvader van mijn kind niet worden!’ De dennenboom was woedend en zwierde zo woest met zijn takken dat Maria uit de boom werd geworpen en door de lucht vloog. Maar op dat moment ving de wind haar op en droeg haar naar een veilige plek.

‘Ik heb alles gehoord,’ vertelde de wind. ‘Wees maar niet bang, bij mij ben je veilig.’ Nog nooit had Maria zich zo licht gevoeld. De wind zette haar voorzichtig neer op een heuveltop. Hij vervolgde: ‘Ik zou een goede peetvader voor je kind zijn. Ik zal uit alle windrichtingen elke rijkdom die je maar wilt naar je toe doen waaien: goud, elegante kleren, de mooiste wieg. Kies mij als peetvader!’ Maria keek de wind aan: ‘Het is vriendelijk dat u de peetvader van mijn kind wilt worden. Maar u wordt het niet. Want u dringt niet door de dikke muren van de deftige paleizen heen, maar u waait met uw ijzige winden wel door de spleten en de kieren van de armzalige hutten van de eenvoudige mensen. U laat hen in de kou zitten. U zult de peetvader van mijn kind niet worden!’ De wind werd nu ijzig van woede. Hij stortte ijskoude windvlagen over Maria heen, zodat Maria bijna bevroor.   

Het zou slecht met Maria zijn afgelopen als niet de zon haar in het oog had gehouden. Hij zond zijn warme stralen naar haar toe. Langzaam voelde Maria de warmte naar binnen stromen. Ze keek omhoog: ‘Dankjewel zon. Dank voor je licht en warmte.’ De zon zei dat hij met alle liefde op haar scheen. En mocht ze nog een peetvader nodig hebben ... Maria keek de zon aan: ‘Ja, u wordt de peetvader van mijn kind. Want u laat het licht worden voor rijken en armen. Uw stralen verwarmen de rijken in hun kastelen en de armen in hun hutten.’          

Zo werd de zon de peetvader van Maria’s kind.