De geboorte van een engel

In de Bijbel worden belangrijke mensen soms geboren uit onvruchtbare ouders: Samuël uit de onvruchtbare Hanna en Elkana, Izaäk uit de oude Abraham en Sara en Johannes uit de bejaarde Elisabet en Zacharias. Hun geboorte is eigenlijk een nieuwe schepping. Dat is ook het geval bij de geboorte van Jezus uit een jong meisje en de heilige Geest. 'De geboorte van een engel' verwerkt dit oude motief. Het is gebaseerd op Lucas 1,5-25; 57-64.

 

Elsa en Zacho, de twee oude engelen, waren al zevenhonderd eenenzeventig jaar getrouwd. Zij hielden nog altijd heel veel van elkaar. Maar ze droegen ook een stil verdriet met zich mee: ze hadden geen kind. Honderden jaren hadden ze gehoopt op een engelenkind, maar nooit hadden ze het gekregen.

Nu gaan geboortes bij engelen anders dan bij mensen. Mensenkinderen worden uit de moederbuik geboren. Engelenkinderen worden uit een liedje geboren. Als twee engelen die van elkaar houden een liedje zingen dat bij hen hoort, met een melodie en woorden die alleen bij hen horen, dan wordt uit dat liedje een nieuwe engel geboren.

Vandaar dat Elsa en Zacho al honderden jaren op zoek waren naar hun eigen lied. Elsa had zangles genomen. Ze was door iedere dag te oefenen zelfs een beroemde zangeres geworden. Zij was van alle engelen misschien wel de beste zangeres. Zacho had een zilveren trompet. Hij was van alle engelen misschien wel de beste trompetspeler. Als Elsa en Zacho samen zongen en speelden ... dat was zo onbeschrijfelijk mooi, dat de muzieknoten van het muziekpapier afdansten. Dan hielden de andere engelen hun adem in, vergat de maan zijn rondjes te draaien en vielen de sterren haast van de hemel. Zo mooi konden Elsa en Zacho zingen en spelen. Maar hun eigen lied, een liedje waaruit hun engelenkind zou worden geboren, dat hadden zij nooit gevonden.

Nu was het niet zo dat zij altijd dachten aan het gemis van een kind. Elsa en Zacho hadden het heel druk. Overal werden ze gevraagd om te komen zingen. Vooral met Kerst, dan zongen en speelden Elsa en Zacho honderden liedjes en nog wel meer. Maar hoe vaak ze ook zongen, het liedje waaruit hun engelenkind zou worden geboren, dat vonden zij maar niet.

Op een nacht, net in de drukke kersttijd, vlogen ze naar een optreden in een voorname kerk in de rijke hoofdstad van een machtig land. Ineens hoorden ze geroep. Ze wilden doorvliegen, want ze wilden niet te laat komen voor hun optreden. Maar het geroep klonk zo klagelijk. Elsa wilde gaan kijken. Zacho wilde dat eerst niet. Je kon toch niet te laat komen in een voorname kerk in de rijke hoofdstad van een machtig land! Maar het geroep was zo klagelijke dat het de beide engelen door de ziel sneed. Ze daalden neer en vonden in de koude sneeuw een kleine, verkleumde vogel. Elsa nam de kleine vogel onder haar vleugels. Zacht wiegde ze het vogeltje. In de voorname kerk in de rijke hoofdstad van een machtig land zaten de mensen ongeduldig te wachten. Maar Elsa en Zacho dachten niet meer aan hun optreden. De mensen riepen dat het een schande was dat de beroemde engelen hen in die o zo voorname kerk in de o zo rijke hoofdstad van een o zo machtig land lieten wachten. Maar Elsa en Zacho kon het niet zoveel schelen. Ze hielden de kleine vogel in hun armen en warmden en troostten hem. Ze zongen een wiegeliedje voor het arme dier. Toen ... een vonkje ... een straal van zacht licht ...  Uit het liedje dat Elsa en Zacho voor de kleine vogel zongen, werd een engelenkind geboren.

Een paar dagen later kwamen de familie en vrienden van Elsa en Zacho hen feliciteren. Ze zongen: ‘Lang zullen ze leven, in de gloria ...’ Ineens wisten Elsa en Zacho de naam voor hun engelenkind. ‘Gloria’ zou het heten, geboren uit een liedje van troost en liefde.